Anders, nl. | Columns        
Nieuws
Over Gerrie Hondius
Portfolio
Winkel
Tekenen op locatie
Anders, nl.
Contact
hondiusland weblog

Op de vlucht                           


“Ik háát kerstmis!”, riep Christien. Ze zette de televisie uit. Het was overal hetzelfde: Je kon geen zender aanzetten of er rinkelden belletjes en er flakkerden kaarsjes. De dennengeur kwam haar neus uit. Vroeger was het best gezellig, en vond ze het leuk om samen met haar zusje Miranda de kerstboom te versieren. Maar nu was alles zo geforceerd en overdreven… Het begon al op 6 december, het kostte klauwenvol geld en het ging helemaal nergens meer over. Dit jaar had Christien besloten om de kerstdagen te negeren. Ze had Miranda’s uitnodiging voor het kerstdiner afgeslagen. Die had zich zorgen gemaakt: “Wat wil je dàn? Je gaat toch niet alléén zitten?” Alsof dat zo’n straf was. Christien zat de rest van het jaar ook alleen, en dat was prima – maar met kerst was het opeens taboe.
Ze verveelde zich. Wat kon ze nog meer doen om de kerst te negeren? Ze besloot naar de duinen te fietsen. Daar mag je na zonsondergang niet in, maar het was een goed moment om die regel te overtreden. Onderweg begon het te sneeuwen. Des te beter. Tussen de vlokken werd ze onzichtbaar. Ze parkeerde haar fiets, en klom over het toegangspoortje. De kerstman die haar gek wilde maken moest vroeger opstaan. Ze kloste over de paden, en zag hoe de sneeuw een beetje licht gaf in de zwarte nacht. Toen zag ze nog een lichtje gloeien: De punt van een sigaret. Ze schrok ervan.
“Wil je ook een sigaret?”, vroeg de vreemdeling vanuit het donker.
Eigenlijk was dat precies wat ze wilde. Was deze man te vertrouwen? Zijn stem klonk sympathiek.
“Oké.”
De man gaf haar een vuurtje, en even kon ze in het schijnsel zijn gezicht zien. Hij glimlachte. Als hij maar niet dacht dat ze zielig was.
“Wat doe jij hier nou?” vroeg hij.
“Dat vraag ik jou toch ook niet?”
“Ik ben gevlucht voor mijn familie. Ik had aangekondigd dat ik alleen thuis wilde blijven, maar ze kwamen me halen. Met de beste bedoelingen natuurlijk, maar ik vond het afschuwelijk.”
“Met kerst mag niemand alleen zijn”, zei Christien met een poppenkaststemmetje. De man schoot in de lach.
“Precies!” riep hij. “Dat is precies wat ze zeiden!”
“Alsof je niet vaker alleen bent.”
“Nee, precies. Ik ben eigenlijk altijd alleen. Al jaren.”
“Ik ook.”

Ze zwegen lang. Geen van beiden kon de grote glimlach op het gezicht van de ander zien.

 

Gerrie Hondius, december 2008